Mijn vader is zijn leven lang een verwoed groenteteler geweest. Niet professioneel. Wel als hobby én om altijd heerlijk en gezond eten op tafel te hebben. Ik weet niet beter of hij was dagelijks in zijn moestuintje bezig. Van jongs af aan staat dat beeld op m’n netvlies. Ook na zijn pensionering ging dat tuinieren door. Samen met mijn schoonvader. Een Achterhoekse/Liemerse en een Javaanse jongen genieten op de mooie tuingrond bij de familie Heijneman in Didam.

Tegenover ons huis in Zevenaar waarin Pa ook zijn bedrijf, Kleermakerij Franck, uitoefende had hij in mijn jonge jaren zijn moestuin. Heel veel kwam er uit die tuin. Nagenoeg onze volledige groentevoorziening. Behalve de wintervoorraad aardappelen. Die werd betrokken van de boer.

’s Ochtends had hij, voordat we gingen ontbijten, al minstens anderhalf uur in zijn tuin gewerkt. Tussen de middag ging hij er even kijken, niet werken. Na het avondeten was het ook minstens een uur in de tuin werken om daarna nog weer een flinke tijd in de kleermakerij aan de slag te gaan.

In de traditionele rolverdeling bracht Pa het eten letterlijk het huis in en verwerkte Ma het daar. Deels voor de dagelijkse maaltijd en wat te veel was werd geweckt of ingelegd. Want kostbaar voedsel verkregen door Pa’s harde werken, door de natuur en God geschonken weggooien was iets dat niet bestond.

Pa en Ma overlegden, als ik me goed herinner, welk zaai- en pootgoed zou worden besteld. Voor de rest maakte Pa de dienst uit in de moestuin. Dat was zijn domein. Op één ding na. Pa kon doen wat hij wilde als hij maar aan die enige (althans op dit gebied!), jaarlijkse wens van Ma voldeed.

Ma kookte wat Pa binnen bracht. Hoezo seizoensgebonden? Men wist niet beter. Behalve op die ene dag in het jaar. De zondag van de Ooyse kermis. Dan stond het menu vast.

Het Ooyse kermis feestmaal.

Vooraf rundvleesgroentesoep.

Er zat zoveel soepvlees in de soep dat in een soort tweede gang na de soep dit vlees met zuur (meestal zelf ingemaakte augurkjes en sjalotten) werd gegeten.

Maar het ging natuurlijk om het hoofdgerecht. Gekookte jonge piepers, jonge tuinbonen met de bekende grove, Doesburgse mosterd en gebraden jonge haantjes. (langzaam zo gaar gesudderd dat het vlees net niet van de botjes afviel; toppunt van Slow Cooking?!) inclusief de heerlijke jus daarvan.

Het nagerecht stond ook op voorhand vast: bitterkoekjespudding met toefjes slagroom.

Pa kon doen wat hij wilde in zijn moestuin als hij er maar voor zorgde dat er met Ooyse kermis medio juni jonge piepers waren. De tuinbonen mochten zonodig worden vervangen. Maar jonge aardappelen moesten er zijn.

Dus had Pa altijd potelingen van de vroegste soort. Maar dan nog. Met de strengere winters uit de 50’- en 60’-er jaren van de vorige eeuw was het soms toch moeilijk omdat het in het voorjaar regelmatig lang koud bleef. Als dat zo was dan werden er zelfs een aantal vroege potelingen in de schuur in bloempotten voorgetrokken. En zodra de temperatuur hoog genoeg was werden die dan zeer behoedzaam (de bekende terracotta bloempot werd hiervoor zelfs aan diggelen geslagen) in een extra geprepareerd bedje overgepoot.

Naarmate de datum van de Ooyse kermis dichterbij kwam krabbelde Pa voorzichtig aan één van de vroege aardappelpollen om te zien of de eersten wel op tijd zouden zijn.

Haantjesvlees

De haantjes kwamen doorgaans van de boerderij van mijn Oom Thedor, Pa’s oudste broer, die op het ouderlijke huis in Den Diekhook in Borculo kleermaker annex boer was. Die haantjes werden er speciaal voor gefokt, want ook in de Achterhoek bereidde men – zonder kermisfeest- deze klassieker. Voor die tijd was Zevenaar - Borculo v.v. een hele reis. Kun je nagaan hoe belangrijk deze “begin van de zomer maaltijd” was.

Grappig om te zien hoe o.a. chef-kok Nel Schellekens van De Gulle Waard uit Winterswijk samen met anderen er nu alles aan doet om het haantjesvlees terug op de kaart te zetten.

Ik kan me niet heugen dat dit klassieke Ooyse kermismenu ooit is misgegaan. Dat zal Pa’s eer te na zijn geweest. Of deed hij al die extra moeite uit liefde voor Ma?

Wij kinderen vonden het allemaal prima. Want voor ons was het op die zondag in juni meerdere keren feest. Die jaarlijkse feestmaaltijd thuis. De processie in Oud-Zevenaar met aansluitend een traktatie in de feesttent bij het beroemde Café Van Aalst. Daarna was het altijd feest bij Oma in Ooy. De schutterij trok langs en bracht een hulde aan de buurt bij de boog. Met z’n allen naar de Ooyse kermis. Het kon niet op.

En de volgende dag, omdat er aan deze eigenlijk te vroeg gerooide aardappelpollen ook veel krieltjes zaten, smulden we van heerlijk gebakken krieltjes met spekjes.

Hoeveel feest kan een kind hebben?!

Foto: Pa Antoon en schoonpapa Boy samen genieten in hun moestuin bij de Familie Heijneman

Categories:: Eten en drinken Kermis September Ooij bij Zevenaar

Meer verhalen

Ontbijt op school

22 juli 2015
Gerhard Kwak
VideoGalerij

Kersen op brandewijn

08 augustus 2014
Mevrouw van Beuzingen

Kladdegat spookhond in Hattem

02 februari 2015
Albert ten Cate

Koeien in de wei laten lopen

12 mei 2014
Marijke Jansen
AudioVideo

Oud en Nieuw in de buurt

11 juli 2014
Willi Wilbrink

Netjes lopen in de avondvierdaagse

09 juli 2015
Wilma Wilbrink
Video

De ambachtelijke slager

04 mei 2015
G. ter Weele

Een bijzonder huwelijksaanzoek

11 juni 2015
Jacobiene Otten

Voor-/achterdeur

11 juli 2014
Willi Wilbrink

De kloot laten soezen

26 augustus 2014
Harrie Dinkelman
AudioGalerij

Witte wieven van Zwiep

11 mei 2014
Jette

Een WimKokje doen

30 juni 2014
Saskia van Heijster

Veilig Carbidschieten

13 december 2014
Theo de Klein
Galerij

11.11 app groep uit de Heksenketel

29 januari 2015
Jan Willem van der Hogen

Zuurkool “verrot lekker”

14 oktober 2015
Ina Brethouwer
Video

Kalveropfokclubwedstrijd Bronckhorst

10 juni 2015
KOC Bronckhorst

Gemis van kroeg als bindmiddel

24 juni 2014
J. le Poole

Krentenweggen als wederdienst

29 september 2015
Albert Geurink